Met (net) iets slimmer zijn dan een partij waarmee je
zakendoet is niets mis, met pogingen tot het misleiden van een partij waarmee
je zakendoet wel. Maar waar ligt de grens en is die altijd duidelijk?
In een recente casus verkocht een boer grond aan een
projectontwikkelaar. Bij de verkoop werd afgesproken dat de boer bij
doorverkoop en bestemmingswijzigingen van de grond aanvullende betaling op de
koopprijs zou ontvangen. Daarbij werd ook een zogeheten ‘derdenbeding’ overeengekomen,
zodat ook rechtsopvolgers van de projectontwikkelaar aan die verplichting
zouden zijn gebonden. De projectontwikkelaar verkocht korte tijd later een deel
van de grond aan de gemeente. De gemeenten wilde niet akkoord haan met het
derdenbeding en wilde dat de projectontwikkelaar er voor zou zorgen dat de boer
daar afstand van deed.
De
projectontwikkelaar zag zijn kans schoon en verleidde de boer tot het tekenen
van een volmacht, waarin niet alleen afstand van het derdenbeding werd gedaan
voor de gemeente, maar verstopte in diezelfde volmacht ook een clausule waarin
de boer afstand deed voor het ontvangen van de aanvullende betalingen op de
koopprijs. Dat ging de rechtbank te ver. De boer behoefde deze inhoud niet te
verwachten en die was ook niet met hem besproken. Van een slimmigheidje was
volgens de projectontwikkelaar geen sprake meer, zodat de projectontwikkelaar
alsnog veroordeeld werd tot het betalen van de aanvullende koopprijs.