In de afgelopen week heeft het Hof Den Haag een arrest gewezen in de voortdurende ‘tabletoorlog’ tussen Apple en Samsung. Resultaat van dit arrest is dat het Samsung (gewoon) is toegestaan om de Galaxy Tab 10.1 op de Nederlandse markt te brengen. Een nederlaag voor Apple dus, waar zij in Duitsland het eerder nog wel voor elkaar kreeg om de verkoop van de Galaxy Tab 10.1 te voorkomen.
Erg groot zijn de verschillen tussen de rechtstelsel niet als het gaat om modelrechten die in deze zaak aan de orde waren. In beide gevallen zag de rechter ook overeenkomsten tussen de tablets, maar ook verschillen, die in ieder geval voor een geïnformeerde gebruiker duidelijk werden geacht. Toch kwamen de rechters tot een heel andere slotsom. De reden daarvoor ligt met name in de beschermingsomvang die de rechters in Nederland en Duitsland aanwezig achtten. De Duitse rechter ging uit van een “mittleren biss grossen Schutzbereich” terwijl de Nederlandse rechter juist sprak van “een tamelijk geringe beschermingsomvang”.
Dat verschil in beschermingsomvang werd gebaseerd op zogenaamde ‘prior art’: eerdere tablets waarbij (soort)gelijke kenmerken als die van Apple’s iPad al eens gebruikt zijn. Aan de Duitse rechter werden slechts 2 voorbeelden van ‘prior art’ gegeven, aan de Nederlandse rechter werden liefst 10 elementen voorgeschoteld. Daar ligt het belangrijkste verschil en de belangrijkste reden voor de verschillende uitspraken bij eenzelfde casus lijkt vooral te liggen in een beter verweer in Nederland dan eerder in Duitsland.