vrijdag 23 maart 2012

Werknemersincentives, deel 4: Stock Appreciation Rights (SAR’s)


Nadat hier al deel 1 tot en met deel 3 over werknemersincentives aan de orde kwamen, komen in dit 4e en laatste deel de zogenaamde ‘Stock Appreciation Rights’ of SAR’s aan de orde.

SAR’s wijken af van de eerdere mogelijkheden, omdat een SAR in feite niets meer is dan een contractuele bonus die met een werknemer wordt afgesproken. Die contractuele bonus is gekoppeld aan uitkeringen die worden gedaan op de aandelen in het kapitaal van de werkgever en een SAR leidt derhalve tot beloningen aan een werknemer alsof die werknemer houder van aandelen is.

Waar de werknemer in de eerder besproken incentives nog een aandeel of een certificaat van een aandeel krijgt of kan krijgen, vormt een SAR simpelweg een recht op betaling van een geldbedrag, als wordt voldaan aan alle voorwaarden van de SAR. Die voorwaarden die gekoppeld kunnen worden aan een SAR zijn veelal interessant voor werkgevers. Die voorwaarden kunnen in beginsel alle voorwaarden zijn die een werkgever met een werknemer wenst af te spreken. Dus voorwaarden over de duur van een SAR, de momenten waarop er wel en niet wordt uitgekeerd onder een SAR, minimum of maximum uitkeringen onder een SAR zijn allemaal mogelijk.

De fiscale gevolgen zijn ook bij een SAR van belang, waarbij als uitgangspunt zal gelden dat een SAR regeling leidt tot belastingheffing voor de werknemer in box 1. Vanuit fiscale optiek is een SAR daarmee niet altijd het door werkgevers meest gewenst incentivemechanisme, maar daar staat tegenover dat een SAR een grote vrijheid met zich meebrengt, als het gaat om de vast te leggen voorwaarden ervan.

zondag 4 maart 2012

Ladbrokes: gegokt en verloren, Lotto behoudt monopolie


Eind februari heeft de Hoge Raad een arrest gewezen in een reeds jarenlang slepende procedure tussen Lotto en het Engelse gokbedrijf Ladbrokes.

Ladbrokes bood onder andere in Nederland online en telefonisch de mogelijkheid om (sport)weddenschappen af te sluiten en kansspelen te spelen. Lotto startte in 2003 een procedure tegen Ladbrokes, omdat sprake zou zijn van handelen in strijd met de Wet op de kansspelen en oneerlijke concurrentie ten opzichte van Lotto. Dit laatste omdat Lotto zich aan strenge vergunningseisen zou moeten houden, die voor Ladbrokes niet golden, omdat Ladbrokes niet over een vergunning beschikte (zoals vereist in de Wet op de kansspelen).

Zowel de rechtbank als het Hof verboden Ladbrokes om Nederlanders (nog) toegang te verlenen tot haar website en/of de telefoonlijnen, hetgeen voor Ladbrokes reden was om naar de Hoge Raad te gaan. Bij de Hoge Raad stelde Ladbrokes het vergunningenstelsel van de Wet op de kansspelen ter discussie, met name gelet op het Europees Recht, ten aanzien van welke vragen de Hoge Raad informatie inwon bij het Europees Hof van Justitie.

Mede op basis van die informatie werd (onder meer) geoordeeld dat een restrictief nationaal kansspelbeleid (zoals in Nederland) dat gericht is op "beteugeling van gokverslaving en het tegengaan van fraude", in overeenstemming is met de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie. Dit geldt ook als het aan de vergunninghouder (Lotto) is toegestaan zijn kansspelaanbod aantrekkelijk te maken door nieuwe kansspelen te introduceren en reclame te maken. Het Europees Hof van Justitie gaf aan dat de grens daar ligt waar de Nederlandse overheid er blijk van geeft dat niet de beteugeling van gokverslaving en het tegengaan van fraude de hoofddoelen zijn, maar het generen van opbrengsten de belangrijkste drijfveer wordt. Het Europees Hof van Justitie voegde aan het voorgaande nog toe dat het feit dat een partij over een vergunning zou beschikken in een andere EU lidstaat dan Nederland, nog niet met zich mee zou (moeten) brengen dat het zodanige partij ook in Nederland toegestaan zou zijn om kansspelen aan te bieden, aangezien iedere lidstaat zijn eigen grondslagen voor haar nationale kansspelbeleid mag vaststellen en hanteren.

Betekent dit alles een einde aan online kansspelen in Nederland anders dan via Lotto? Het arrest van de Hoge Raad opent in ieder geval de deur voor een serie aan procedures van Lotto tegen buitenlandse partijen als Unibet, Betfair en Bwin. Duidelijk is immers, dat het Nederlandse kansspelbeleid gelet op het Europees recht door de beugel kan. Dat neemt niet weg dat er flinke discussie kan blijven over de vraag of de Nederlandse overheid zich bij haar beleid nu echt richt op “beteugeling van gokverslaving en het tegengaan van fraude” of het realiseren van opbrengsten.